Jongeren met gedragsproblemen hebben vaak te maken met uitdagingen op school, thuis en in sociale situaties. Voor zorgprofessionals én ouders is het soms lastig om grip te krijgen op het gedrag, zeker als drukte, prikkels en sterke emoties meespelen. In deze blog lees je wat in de praktijk goed werkt en hoe je als professional of ouder de juiste ondersteuning kunt inzetten.
Herkennen van signalen
Gedragsproblemen uiten zich op verschillende manieren: druk gedrag, agressie, terugtrekking, impulsiviteit, grensoverschrijdend gedrag of moeite met sociale regels. Het vroegtijdig herkennen van patronen helpt om escalaties te voorkomen. Professionals letten vooral op momenten waarop gedrag toeneemt, zoals na school, in groepen of bij onverwachte veranderingen.
De kracht van voorspelbaarheid
Veel jongeren met gedragsproblemen gedijen bij structuur. Duidelijke afspraken, overzichtelijke stappen en voorspelbare routines geven rust. Denk aan:
-
Vaste dagindeling
-
Visuele ondersteuning (bijv. pictogrammen of een planner)
-
Duidelijke regels en consequenties
-
Tijdig aankondigen van veranderingen
Deze aanpak werkt zowel in de jeugdzorg, Wmo-begeleiding als in de thuissituatie.
Positieve benadering en succeservaringen
Het versterken van positief gedrag is vaak effectiever dan voortdurend corrigeren. Een compliment op het juiste moment vergroot het zelfvertrouwen en helpt jongeren hun sterke kanten te zien. Veel professionals werken daarom met:
-
Beloningssystemen
-
Positieve feedback op kleine successen
-
Het versterken van sociale vaardigheden
Door te focussen op wat wél goed gaat, wordt het gedrag beter hanteerbaar.
Samenwerking met het gezin
Zorgprofessionals bereiken het meest wanneer ouders en begeleiders dezelfde aanpak gebruiken. Consistentie voorkomt misverstanden en zorgt voor een veilig gevoel bij de jongere. Gezinsbegeleiding, opvoedondersteuning en duidelijke communicatie helpen om thuis dezelfde structuur te creëren als op school of in de begeleiding.
Zorg op maat
Iedere jongere is anders, en daarom is maatwerk essentieel. Voor sommige jongeren werkt individuele begeleiding het best, terwijl anderen juist baat hebben bij groepsbehandeling of dagbesteding. Ondersteuning kan worden ingezet via de Jeugdwet, de Wmo of met een PGB, afhankelijk van de situatie. Met een PGB kan een gezin zelf een begeleider kiezen die goed aansluit bij de behoeften van de jongere.
Conclusie
Jongeren met gedragsproblemen hebben baat bij duidelijkheid, positieve ondersteuning en een aanpak die past bij hun individuele behoeften. Wanneer professionals en ouders samenwerken en de juiste zorgvormen inzetten, ontstaat een stabiele basis waarin jongeren kunnen groeien en zich ontwikkelen.